‘Met de fiets kan ik overal gaan en staan’

0

“L’homme qui réclame la liberté, c’est au bonheur qu’il pense.” Leg deze uitspraak weer in de mond van de Franse schrijver Claude Aveline, en hij klinkt fantastisch. Maar ook vertaald heeft dit citaat, van de eind vorige eeuw overleden dichter, een aantrekkelijke boodschap: de mens die vrijheid opeist, denkt aan geluk. Dat geldt ook voor Sita Wennekes, functioneel beheerder bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. Vier keer per week fietst zij vanaf huis in Alblasserdam naar haar werk in het centrum van Schiedam. En ’s middags weer terug, bij elkaar 48 kilometer. “Fietsen is voor mij het ultieme vrijheidsgevoel. Je hoeft je niet te haasten om een bus te halen, en er is ook geen stress om maar vooral vroeg in de auto te zitten, om de spits voor te zijn. Je stapt gewoon op wanneer je klaar bent: op dat tijdstip dat jou het beste uitkomt.”

Geen last van wind en heuvels
Eenmaal op de fiets geniet ze van de tocht onderweg, zeker het eerste gedeelte. Ze steekt met de veerpont de Lek over en fietst dan richting de Algerabrug. Heerlijk door de polder, terwijl ze de frisse lucht inademt, koeien waarneemt en de vogels hoort kwetteren. Toch een heel andere beleving dan aanschuiven in de file. Noem het geluk. “Ook tegen Rotterdam aan en in de stad heb ik nauwelijks last van het autoverkeer. Zowat de hele route volg ik het water van de Nieuwe Maas en fiets ik vrijwel geheel over een fietspad, vaak autoluw.” De tocht duurt een uur tot vijf kwartier. Sita: “Ruim twee jaar geleden kocht ik een e-bike. Daarvoor fietste ik ook, maar dat brak mij toch wat op. Op mijn werkdagen werk ik negen uur. Als je daarna met de fiets nog dijkje op en af moet, is dat wel zwaar. Met de elektrische fiets spelen heuvels en wind geen rol. Regen overigens ook niet. Ik heb een goed regenpak en kom altijd droog, en ook heerlijk fris aan.”

Incidenteel achter het stuur
Zelfs in de winter springt Sita op het zadel. “Alleen als het echt koud is, pak ik deels de Waterbus. Bij de Erasmusbrug fiets ik dan het laatste deel naar Schiedam. Anders kom ik zowat bevroren aan. Maar ook dan ligt de auto niet voor de hand. Slechts een heel incidentele keer kruip ik achter het stuur. Bijvoorbeeld tussen kerst en oudjaar. Dan is het rustig op de weg. Heb ik ’s avonds een afspraak en kan ik op het werk eerder stoppen om de spits te mijden, dan is het met de auto sneller thuiskomen. Maar buiten dat soort momenten zeker niet. Niet sneller, en zeker niet relaxter.”

Collega’s met fiets of OV
Als een soort ware fietsambassadeur praat ze ook met collega’s over haar vorm van vervoer. “Die bewonderen mijn standvastigheid dat ik bijna altijd de fiets neem. Maar daarmee gaan zij niet overstag. Het is wel zo dat mijn werkgever het reizen met de bus, trein en de fiets, en ook het carpoolen stimuleert. Een abonnement wordt volledig vergoed en voor de fiets ontvang je een leuke kilometervergoeding. Kom je met de auto, dan is de vergoeding heel klein.” Het aantal collega’s dat met het openbaar vervoer of fiets komt ligt volgens Sita bij de DCMR al redelijk hoog. “Maar daar zijn wij nu eenmaal een Milieudienst voor”, lacht ze.

Deel dit bericht

Over de auteur

Team Filedier

Onze bloggers Marina, Meni, Benny en Nina staan u graag ten dienst: info@filedier.nl